De Kracht van het Woord

Valt het je wel eens op wat mensen tegen zichzelf (en anderen) zeggen? “Ik ben boos” of “dat gaat nou eenmaal niet zo; zo ben ik nu eenmaal” of “eigenlijk moet ik dat wel/niet doen”. Ongelooflijk!

In eerste instantie valt hiet niet eens op, omdat de taal die we hanteren zo verweven is met de gebruiken en standaarden in onze cultuur. Maar als je eens onder het tipje van de ijsberg kijkt, zie je al gauw dat er veel meer onder zit dan je zou verwachten.

De mens is ee gewoontedier. Dat wordt wel vaker gezegd, en in zekere zin denk ik dat dit ook niet onjuist is. We houden van onze vaste gewoontes, want ze geven ons de zekerheid die ons gerust stelt en ons toestaat zonder al te veel onzekerheid en zweethanden iets te ondernemen (vandaar dat zweethanden ook ontstaan op het moment dat we iets nieuws ondernemen, omdat het voor ons niet de alledaagse gang van zaken is). Die vaste patronen zitten ook in onze communicatie verweven. Naar de buitenwereld toe, maar ook naar onszelf.

Neem het voorbeeld van “Ik ben boos”. Wanneer je de zin ontleedt in kleinere stukjes zie je dat de emotie ‘boosheid’ gekoppeld wordt aan de persoon ‘ik’. Zelfs tot op een identiteitsniveau dat zo geïntegreerd is met de persoon, dat we zelfs zegen dat je die boosheid bent, in plaats van ervaart of voelt. “Ik BEN boos” is een uitspraak waarbij we de boosheid zijn en dus ons bestaan koppelen aan een emotie. Bizar nietwaar?

Ik heb ooit eens gehoord (en later geleerd) dat emoties zoals boosheid en blijheid momenten van ervaring zijn, en niet een moment van ‘zijn’. Een voorbeeld: wanneer je aan het koken bent en je snijd je per ongeluk in je vingers, dan voel je pijn. Op dat moment roep je waarschijnlijk iets wat je liever niet in de kerk roept, gevolgd door een kreet waaruit blijkt dat je pijn ervaart (voor de leken onder ons; dat is ‘AU!’). ik ben nog nooit iemand tegengekomen die zegt: %^$#! Ik BEN pijn!

Waarom nou dit verschil – what’s the point?

Het klinkt over de top, maar denk er eens over na: wanneer je jezelf met iets identificeert, sta je er dichter bij of ervaar je dat intenser. Wanneer je zegt dat je ‘Jan’ of ‘Marie’ bent, dan dringt dat door tot in de kern van je bestaan, en sluit je op dat moment elke mogelijkheid uit dat het iets anders kan zijn of kan worden (hoe zou het ook, je bent nu eenmaal ‘Jan’ of ‘Marie’, toch?).
Maar wat nu als je deze informatie toepast op emoties,  – die voor zover ik me er bewust van ben, een stroom is van energie (m.a.w. het zit dus niet ‘vast’) – dan betekent het dus dat op het moment dat je bijvoorbeeld boosheid, verdriet of angst ervaart, je jezelf onlosmakelijk verbind met die emotie en er dus meer aantrekkingskracht op uitoefent om meer van die emotie te ervaren. Voor prettige en aangename gevoelens lijkt me dat geen ramp, maar met emoties die over het algemeen toch een zware lading hebben en niet als prettig worden beschouwd, lijkt me de mogelijkheid om meer afstand te doen van een onprettig gevoel een goede keuze (tenzij je beroeps-depressicus bent; in dat geval is het nog het overwegen waard  🙂 )

“Dat gaat nu eenmaal niet; zo ben ik nu eenmaal”
Het tweede voorbeeld hoor ik in mijn omgeving op dagelijkse basis. Wat het mij laat zien, is een conditionering van een overtuiging dat iets niet werkt, na een of meerdere keren geprobeerd te hebben om datgene te veranderen en dat het wordt afgedaan met een excuus (of reden, zo je wilt) waarom het niet gelukt is. Wat hiermee in feite gebeurd is dat niet alleen alle creativiteit, enthousiasme, doorzettingsvermogen, maar ook alle wil om nieuwe of eventueel andere manieren te vinden om datgene wat je wilt bereiken voor elkaar te krijgen afgestompt wordt en neergeslagen. “Ik heb het 1, 2 of zelfs 10 keer geprobeerd, maar het lukt me niet om het gedaan te krijgen; dat geaat nu eenmaal niet. Of we het nu hebben over stoppen met roken, afvallen of het vervullen van een wens: we hebben de bereidheid om bij aanvang een grote slag te leveren of ons optimaal in te spannen. Maar wanneer blijkt dat het langer duurt dan ons lief is, en het soms letterlijk een strijd wordt om door te zetten en het gewenste resultaat te bereiken, op dat moment gaan we op zoek naar redenen, argumenten (en dus excuses) waarom het ons niet is gelukt in ons gewenste doel te slagen.
Wederom heeft het te maken met conditionering. Wat vertel je jezelf? Welk verhaal houd je jezelf voor? Dat je het kunt of dat je het niet kunt (ook op de langere termijn!)?

om in het voorbeeld van stoppen met roken te blijven of afvallen: met regelmaal hoor ik uitspraken van zowel mensen in mijn omgeving als wildvreemden die ik passeer of in de coupé van de trein hoor praten, die te maken hebben met verplichtingen. “Dat zou ik eigenlijk wel moeten doen” of “Ik zou eigenlijk wel moeten stoppen…”
‘Maar ja…’, denk ik dan. ‘Wat houdt je tegen?’Neem alleen al de verplichting die je jezelf oplegt met de uitspraak die je doet. Ik kan me niet voorstellen dat de bereidheid om het (wat het dan ook is) te doen groot is. Want op het moment dat het om een verplichting gaat, is in ieder geval bij mij alle wil en bereidheid weg om het te doen. Ik steek me voeten in het zand, transformeer mezelf tot een klein kind en laat mijn ego zeggen “Ik MOET helemaal niets”. En gelijk heeft ie! Want het ‘moeten’ zorgt voor een onlosmakelijke kettingreactie die alle systemen binnen in jezelf direct doet stoppen. Probeer het maar eens uit. Of sterker nog, laat het maar eens vallen in een gesprek. Ik schat dat er twee mogelijkheden zijn.

1. Het wordt niet eens opgemerkt – dat betekend dat het ‘moeten’ inmiddels zo geïntegreerd is in het leven van die persoon, dat je waarschijnlijk een ‘ja, dat zou ik eigenlijk nog wel moeten doen’ of een ‘ja, dat moet ik inderdaad nog doen’ als antwoord krijgt. Waarmee ik alleen maar wil aanduiden dat ook de communicatieve verplichting in het dagelijks leven is geslopen en dat het niet meer weg te denken valt.
2. Je stuit op verzet. “Hoezo MOET ik dat doen?” Wanneer we een verplichting stellen aan hetzij onszelf hetzij een ander, dan wil het nog wel eens voorkomen dat de weerstand omhoog schiet en we dus vervallen in verstarring. En probeer dan nog maar eens iets voor elkaar te krijgen, laat staan met open mind iets te ondernemen… k schat de kans groter dat er servies door de kamer zal vliegen.

Nee, de taal die we hanteren is zo gesofisticeerd (geraffineerd), dat we verzuipen in de onbewuste overtuigingen die we over onszelf en onze buitenwereld hebben. Het gaat er mij niet om de wereld te veranderen naar mijn hand. Maar ik vind het wel belangrijk dat mensen de gelegenheid kunnen krijgen zich bewust te worden van overtuigingen waarvan ze niet eens in de gaten hadden dat ze die hadden of hielden.

Wederom (het lijkt wel een pleidooi 🙂 ) zou ik willen zeggen, dat je meer kunt dan dat je denkt dat je kunt. En dat de overtuigingen die je hebt over jezelf te maken hebben met de woorden die je spreekt. Deze woorden vormen je daden, en de daden je gewoontes. Gevolg? Gewoontes vullen je leven. Dus als er iets in je leven is wat je niet wilt, of juist wel, neem dan een een kijkje in de spelonken van je overtuigingen. Misschien vind je nog eens wat waarvan je het bestaan niet meer in de gaten had. En wanneer je je overtuigingen verandert, verandert ook de wereld buiten jou. That’s the Secret.

Liefs,

Robert

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.